Column, kilometers pakken

Voor het tijdschrift Bike&Trekking schreven we verschillende columns


Bloemen, bossen bloemen. Stralende gezichten, een traan en veel handgeklap. Buren komen aanlopen en voorbijgangers kijken nieuwsgierig om. Het huis is versierd met slingers, ballonnen en een enorm spandoek. Met grote letters onze namen en daar onder “23.000 km gefietst”. Drie grote uitroeptekens en een dikke vette streep eronder.

Mooi is dat, denk ik nog terwijl ik iedereen omhels en na maanden fietsen weer begroet. Mooi is dat, terwijl mijn rechteroog weer even over dat getal van 23.000 km glijdt. Heb jij dat doorgegeven, sis ik nog naar Lisette, we hebben toch 32.000 km gefietst?. ‘Kweet van niks, antwoordt ze.

De plaatselijke krant komt langs. Een zwetende redacteur met vochtplekken onder de armen en een fotograaf druk in de weer met standpunten en belichtingen. Ja, even lachen. ‘Waar zijn jullie ook al weer geweest’, vraagt de redacteur die geen flauw idee heeft waar Timboektoe of Ushuaia ligt. ‘Ah, gewoon ver weg dus’, concludeert hij. ‘En, hoeveel lekke banden hebben jullie gehad?’

De volgende dag staat er in de krant dat we 123.000 km hebben gefietst. Het quootje voor de “2” was iets doorgelopen. Met een pennenstreek hebben we in een klap 100.000 km meer gefietst.


Tijdens het beklimmen van de passen in de Alpen, tijdens het zwoegen tegen de wind in Patagonie telde elke kilometer. Soms als ik er heel even doorheen zat dacht ik niet verder dan die ene volgende kilometerpaal, die ene volgende streep op de weg. De toekomst beperkt tot het blikveld. En wat was die kilometer belangrijk! Voor heel even was het enige doel het halen van de volgende bocht. En heel stiekem leek dat ook erg belangrijk. Wilde niet thuis komen om te vertellen dat ik af was gestapt op de Alp d’Huez of een lift had genomen tijdens de doorsteek door Australië. Het leek zo belangrijk, zo beeldbepalend voor wie ik ben, voor hoe naar me wordt gekeken.


Familiefeestje. Borrelnootjes en bowl. Oom Jan spoelt veel te hete bitterballen weg met bier. Het is gezellig. Ajax wint alweer van Feyenoord. Verhitte discussies over wie nou waar moet spelen. Foto’s van de pasgeboren baby circuleren rond en de geboorte wordt in detail naverteld. Schokkend voor mensen zoals ik met een beeldend vermogen. Het kapsel van Jan-Peter wordt besproken. Suggesties om hem kaal te scheren stranden omdat hij dan teveel op die Pim zou gaan lijken. Heel even wordt de politiek aangestipt maar weer wijselijk verlaten door tante Corrie. Na het vorige familiefeestje weten we dat het onderwerp politiek weliswaar veel leven in de brouwerij brengt maar tevens dodelijk is voor de verstandhoudingen.

‘En, waar gaan jullie dit jaar naar toe met vakantie?’, vraagt de hoogblonde tante van Lisette. Voordat ik een lang verhaal wil opstarten over onze nieuwe plannen om door Tadzjikistan te fietsen. Om de hoogste bergpassen, de zwaarste beklimmingen, de moeilijkste omstandigheden te trotseren. Om dagenlang op hoogte te blijven fietsen, om een prestatie van formaat neer te zetten. Voordat ik dat allemaal kan vertellen hoor ik Lisette zeggen: ‘naar België!’.


Voor de rest van de avond ben ik stil.

Naar België….hoe kon ze!

Maar dan begin ik het te begrijpen. Natuurlijk, we gaan naar België, naar Frankrijk, naar Griekenland, naar Tadzjikistan. 123.000 km of 32.000 km. Tadzjikistan of België, 5000 meter of 1000 meter klimmen. Het maakt geen enkel verschil, het is totaal onbelangrijk. Waardes die voor fietsers een betekenis hebben zijn voor de buitenwereld betekenloos. Het gaat om jou, hoe jij met die waardes bent omgesprongen en vooral hoeveel plezier en geluk je hebt ervaren ze te behalen. En waardes als plezier en geluk zijn wel universeel, daarin zijn je vrienden wel geïnteresseerd.



2 views
Original on Transparent.png

@2017 lismarq - explore the world

  • Facebook - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Vimeo - Grey Circle
  • YouTube - Grey Circle